ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ6250
Rechtbank Breda
- Kort geding
- Van Oijen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek gerechtelijke vaststelling vaderschap ondanks erkenning en nationaliteitsbelang
De moeder verzocht de rechtbank Breda om gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van haar minderjarige kind en om vaststelling of wijziging van de geslachtsnaam. De man erkende het kind reeds, waardoor het kind formeel twee ouders heeft. De moeder wilde voorbijgaan aan het verbod in artikel 1:207 lid 2 sub a BW Pro dat gerechtelijke vaststelling van het vaderschap uitsluit indien het kind al twee ouders heeft.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek moet worden afgewezen omdat het afstammingsrecht primair bedoeld is om een familierechtelijke band te creëren wanneer erkenning ontbreekt, wat hier niet het geval is. De bijzondere curator stelde dat gerechtelijke vaststelling het kind de Nederlandse nationaliteit zou geven, wat in het belang van het kind is, vooral gezien het risico op uitzetting zonder die nationaliteit. De rechtbank erkende echter dat het nationaliteitsrecht een lacune kent die tot rechtsongelijkheid leidt, maar vond dat dit niet via het afstammingsrecht kan worden opgelost.
De rechtbank concludeerde dat het verzoek niet kan worden gehonoreerd en dat het aan de wetgever is om de genoemde rechtsongelijkheid te verhelpen. Ook wees de rechtbank het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam af, omdat het kind reeds de achternaam van de man draagt en de moeder geen belang had bij wijziging.
Uitkomst: Het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap en wijziging van de geslachtsnaam wordt afgewezen omdat het kind reeds twee ouders heeft en erkenning heeft plaatsgevonden.