ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ7829
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid feitelijk bestuurder voor belastingschulden wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur
Belanghebbende is als feitelijk bestuurder van een B.V. aansprakelijk gesteld voor belastingschulden van deze B.V. De rechtbank beoordeelde of sprake was van kennelijk onbehoorlijk bestuur zoals bedoeld in artikel 36 van Pro de Invorderingswet 1990. De feiten tonen aan dat de onderneming een doorstart maakte na faillissement van een concern, waarbij betalingsregelingen niet werden nagekomen en de administratie verloren ging door diefstal van computers.
De rechtbank overwoog dat het niet voeren van een deugdelijke administratie en het verkopen van activa ver onder de boekwaarde niet passen bij het handelen van een redelijk denkend bestuurder in de detacheringbranche onder de gegeven omstandigheden. Ook het aanhouden van personeel ondanks gebrek aan opdrachten en het niet afdekken van arbeidsongeschiktheid werden meegewogen.
De ontvanger stelde dat belanghebbende onvoldoende financiële middelen had, investeringen deed zonder dekking en risico’s nam zonder voldoende reserves. De rechtbank vond echter dat niet alle uitgaven en investeringen aannemelijk waren gemaakt. Wel was het ontbreken van een administratie en de verkoop van inventaris onder de boekwaarde voldoende om kennelijk onbehoorlijk bestuur aan te nemen.
De rechtbank concludeerde dat belanghebbende als bestuurder aansprakelijk is voor de belastingschulden van de B.V. en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aansprakelijkheid voor belastingschulden bevestigd.