ECLI:NL:RBBRE:2006:BA1588
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing reorganisatievrijstelling overdrachtsbelasting bij splitsing holding
Belanghebbende voerde een reorganisatie uit waarbij een holding werd gesplitst in twee persoonlijke holdings, elk met 50% van de aandelen in belanghebbende. Hierbij werd een onroerende zaak verkregen en werd een nihil aangifte overdrachtsbelasting gedaan op grond van de reorganisatievrijstelling.
De Inspecteur wees deze vrijstelling af en legde naheffingsaanslag op. Belanghebbende stelde beroep in tegen deze beslissing. De rechtbank heeft onderzocht of de reorganisatievrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel h, WBR, in samenhang met artikel 5b van het Uitvoeringsbesluit WBR, van toepassing is.
De rechtbank oordeelde dat door de splitsing van de holding belanghebbende niet langer tot hetzelfde concern behoort en dat artikel 5b, derde lid, Uitvoeringsbesluit WBR, daarom overdrachtsbelasting verschuldigd maakt. De stelling dat de uiteindelijke gerechtigdheid niet wijzigde, bood geen grond om de vrijstelling toe te passen. De rechtbank verwierp het beroep en verklaarde het ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting.