ECLI:NL:RBBRE:2006:BA4856
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond: bedrijfsmatige exploitatie cultuurgrond bij paardenfokkerij bevestigd
Belanghebbende, eigenaar van een paardenfokkerij met bijbehorende bedrijfswoning, stelde beroep in tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn onroerende zaak. De kern van het geschil betrof de vraag of een stuk grond van 5.000 m², gebruikt voor het trainen van paarden in het kader van het fokprogramma, als bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond kon worden aangemerkt en dus vrijgesteld van waardering.
De rechtbank stelde vast dat de grond dienstbaar is aan de paardenfokkerij, die valt onder landbouw, en dat belanghebbende ondernemer is voor de omzetbelasting en beschikt over een milieuvergunning voor de activiteiten. Ondanks dat het gras op het betreffende stuk grond door het gebruik was verdwenen, oordeelde de rechtbank dat dit niet het karakter van cultuurgrond ontneemt.
De rechtbank concludeerde dat het stuk grond van 5.000 m² bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond betreft en dat de cultuurgrondvrijstelling daarop van toepassing is. Hierdoor werd de vastgestelde waarde verminderd tot € 494.000. Tevens werd de verweerder veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep en cassatie open onder voorwaarden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de waarde van de onroerende zaak vastgesteld op € 494.000 met toepassing van de cultuurgrondvrijstelling op 5.000 m² grond.