ECLI:NL:RBBRE:2006:BA6390
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Hund
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wegens onevenredige hardheid door geringe tekortkoming tussenschot bestelauto
Belanghebbende was houder van een motorvoertuig dat als bestelauto werd aangemerkt, maar bij controle bleek dat het tussenschot niet volledig was, waardoor het voertuig volgens de inspecteur als personenauto moest worden belast. De inspecteur legde een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting op over de periode 31 maart 2003 tot en met 30 maart 2005.
Belanghebbende stelde dat de tekortkoming gering was, eenvoudig te herstellen en dat hij zich bij de RDW had verzekerd dat het voertuig voldeed aan de eisen voor een grijs kenteken. De rechtbank oordeelde dat de naheffingsaanslag een onevenredig gevolg is van een relatief geringe onvolkomenheid, mede omdat het tussenschot eenvoudig aangepast had kunnen worden.
De rechtbank stelde vast dat het herstelbeleid dat in het verleden bestond, waarbij bij kleine tekortkomingen geen naheffing werd opgelegd, door de Staatssecretaris van Financiën was aangescherpt zonder rekening te houden met situaties zoals deze. Dit werd als onredelijk beoordeeld. Daarom werd de naheffingsaanslag vernietigd, het betaalde griffierecht vergoed en de inspecteur veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wordt vernietigd wegens onevenredige hardheid door een geringe tekortkoming in het tussenschot.