ECLI:NL:RBBRE:2006:BB2769
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2001-2003
Belanghebbende sloot in 1990 een kapitaalverzekering waarvoor hij in de jaren 2001, 2002 en 2003 premies als lijfrentepremies in aftrek bracht. De inspecteur constateerde dat deze aftrek onterecht was en legde navorderingsaanslagen op voor 2001 en 2002 en corrigeerde de aanslag over 2003.
Belanghebbende stelde dat er geen nieuw feit was voor navordering omdat de inspecteur eerder had moeten controleren. De rechtbank oordeelde dat de inspecteur mocht vertrouwen op de juistheid van de aangifte en dat het niet controleren geen ambtelijk verzuim was. De aftrek van lijfrentepremies was vanaf 2001 alleen toegestaan onder specifieke voorwaarden, waardoor sprake was van een nieuw feit.
Verder werd geoordeeld dat belanghebbende zelf verantwoordelijk was voor de juistheid van zijn aangifte en dat de verzekeringsmaatschappij hem waarschijnlijk had geïnformeerd over de wetswijzigingen. De inspecteur handelde niet onzorgvuldig door pas bij de aangifte 2003 onderzoek te doen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de navorderingsaanslagen over 2001 en 2002 en de aanslag over 2003 wordt ongegrond verklaard.