ECLI:NL:RBBRE:2006:BC0853
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzekeringsplicht Nederlandse volksverzekeringen voor werknemer op Nederlands zeeschip buiten Nederland
Belanghebbende, geboren in 1967 en woonachtig in Nederland gedurende het gehele jaar 2002, werkte dat jaar als chief officer op een onder Nederlandse vlag varend zeeschip, de zogenaamde stenenstorter, in loondienst bij een Nederlandse werkgever. Zijn werkzaamheden vonden plaats op het Noorse gedeelte van het continentale plat.
De kern van het geschil betreft de vraag of belanghebbende terecht is aangemerkt als verzekerde voor de Nederlandse volksverzekeringen. Volgens de hoofdregel van de Algemene Ouderdomswet en de overige volksverzekeringswetten is iemand die in Nederland woont verplicht verzekerd. Belanghebbende beriep zich op het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999, dat dubbele verzekeringsplicht moet voorkomen.
De rechtbank stelt dat internationale regelgeving, te weten de EG-Verordening 1408/71 en het Verdrag tussen Nederland en Noorwegen inzake sociale zekerheid, prevaleert boven nationale wetgeving. Hoewel Noorwegen geen EU-lidstaat is, geldt de Verordening alsof het dat wel is vanwege de Europese Economische Ruimte. De rechtbank concludeert dat belanghebbende onder de werkingssfeer van het Verdrag valt en dat de uitzondering voor werkzaamheden op het continentale plat niet van toepassing is.
Op grond van artikel 13 van Pro de Verordening is de wetgeving van toepassing van de lidstaat waaronder het schip vaart, hier Nederland. De bijzondere regels voor zeelieden in artikel 14ter zijn niet van toepassing op belanghebbende. Derhalve is belanghebbende premieplichtig voor de Nederlandse volksverzekeringen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Belanghebbende is terecht als verzekerde voor de Nederlandse volksverzekeringen aangemerkt; beroep ongegrond verklaard.