ECLI:NL:RBBRE:2006:BF0091
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aftrek begrafeniskosten als buitengewone uitgaaf in inkomstenbelasting nalatenschap
De rechtbank Breda behandelde het beroep van belanghebbendes erven tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2004 die aan erflater was opgelegd. Centraal stond de vraag of de begrafeniskosten van € 5.245, betaald na het overlijden van erflater, als buitengewone uitgaaf in aftrek konden worden gebracht.
De rechtbank overwoog dat persoonsgebonden aftrekposten volgens artikel 6.1 Wet IB 2001 alleen drukken op de belastingplichtige gedurende zijn leven. Omdat de begrafeniskosten pas na overlijden zijn betaald, drukken deze niet meer op erflater. Het feit dat erflater voorafgaand aan zijn overlijden wensen omtrent de begrafenis had geuit, doet hieraan niet af. Wel kan bij de successierechten rekening worden gehouden met begrafeniskosten, maar dat is een ander belastingrechtelijk regime.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 24 mei 2006 openbaar uitgesproken door mr. C.A.F.M. Stassen. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch of beroep in cassatie bij de Hoge Raad, onder voorwaarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van aftrek van begrafeniskosten als buitengewone uitgaaf is ongegrond verklaard.