ECLI:NL:RBBRE:2006:BF0176
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hypotheekrenteaftrek bij terbeschikkingstelling pand aan eigen B.V. na wetswijziging 2001
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2001, waarbij de betaalde hypotheekrente deels betrekking had op een pand dat aan zijn eigen B.V. ter beschikking was gesteld. De vraag was of deze rente als aftrekbare eigenwoningschuld kon worden beschouwd.
De rechtbank overwoog dat met de invoering van de Wet IB 2001 een fundamenteel andere fiscale behandeling geldt voor vermogensbestanddelen die aan de eigen B.V. ter beschikking zijn gesteld. Dit betekent dat eerdere standpunten of gewekt vertrouwen over de fiscale behandeling van dergelijke inkomsten en kosten niet langer van toepassing zijn. Het overgangsrecht voorziet niet in bescherming van eerder ingenomen standpunten.
Gezien het ontbreken van aanwijzingen dat bij de standpuntbepaling van 1997 rekening is gehouden met de wetswijziging, moet voor 2001 een nieuwe beoordeling plaatsvinden. De rechtbank concludeerde dat de betaalde hypotheekrente niet aftrekbaar is als rente voor een eigenwoningschuld, maar als kostenpost bij de bepaling van het resultaat uit overige werkzaamheden. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de hypotheekrente wordt niet als eigenwoningschuld afgetrokken.