ECLI:NL:RBBRE:2006:BF0203
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing compromis bij aanslag inkomstenbelasting 2001
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen, WAZ en Zfw over 2001. De rechtbank beoordeelde of de inspecteur het eerder door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch vastgestelde compromis over de huisvestingskosten van de onderneming correct had toegepast.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur het compromis juist had uitgewerkt en dat deze uitwerking geen onredelijke uitkomst gaf. Daarbij werd rekening gehouden met de feitelijke betalingen van belanghebbende en de verrekening met erfgenamen, zoals nader toegelicht in een brief van de inspecteur.
Voor de aanslagen WAZ en Zfw over 2001 werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat belanghebbende geen belang had bij een gunstiger uitspraak dan de opgelegde nihilaanslagen. Voor de aanslagen over 2002 en 2003 ontbraken uitspraken op bezwaar, waardoor ook die beroepen niet-ontvankelijk werden verklaard.
De rechtbank wees proceskostenveroordeling af en wees op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 2001 wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen overige aanslagen niet-ontvankelijk.