ECLI:NL:RBBRE:2006:BF0219
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging belastingaanslag en boetebeschikking wegens onjuiste inkomenscorrectie
Belanghebbende had in 2001 een bankrekening in Zwitserland met een saldo van bijna drie miljoen gulden, waarvan hij aangaf dat het afkomstig was uit een storting in 1974. Hij sloot een vaststellingsovereenkomst met de inspecteur over een bedrag aan gewetensgeld van ƒ 1.450.000,=, maar betaalde dit niet. De inspecteur verhoogde daarop het belastbaar inkomen met een fictief bedrag aan inkomsten uit arbeid en rente.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze correcties. De rechtbank oordeelde dat de civielrechtelijke schuld uit de vaststellingsovereenkomst niet als belastbare inkomsten uit arbeid kon worden aangemerkt en dat de inspecteur ten onrechte het inkomen had verhoogd zonder rekening te houden met deze schuld. Tevens vond de rechtbank de verklaringen van belanghebbende over het verdwijnen van het banksaldo na 2000 aannemelijk, ondanks het ontbreken van schriftelijke bewijsstukken.
De rechtbank vernietigde de aanslag en de boetebeschikking, stelde het belastbaar inkomen vast op een veel lager bedrag en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak werd op 28 maart 2006 gedaan en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de aanslag en boetebeschikking, vermindert het belastbaar inkomen aanzienlijk en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten.