ECLI:NL:RBBRE:2006:BF0224
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting wegens schending gelijkheidsbeginsel en matiging boete
Belanghebbende is geconfronteerd met naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting en boetes omdat motorrijtuigen uit haar bedrijfsvoorraad onrechtmatig op de openbare weg werden gebruikt. De inspecteur legde naheffingsaanslagen en boetes op, terwijl belanghebbende stelde dat het gebruik plaatsvond zonder haar toestemming en buiten haar invloedssfeer, onder meer door een huurder die het pand tijdelijk gebruikte.
De rechtbank overweegt dat het gebruik van de weg met motorrijtuigen uit de bedrijfsvoorraad inderdaad een verzuim vormt waarop naheffing en boetes kunnen volgen. Belanghebbende had echter maatregelen moeten treffen om dit te voorkomen. Wel acht de rechtbank aannemelijk dat belanghebbende niet op de hoogte was van het verzuim en niet kon voorkomen dat het zich herhaalde, waardoor de boete gematigd wordt tot €50.
Verder constateert de rechtbank dat de inspecteur een waarschuwingsbeleid hanteert waarbij eerst een waarschuwing wordt gegeven alvorens een naheffingsaanslag wordt opgelegd. Belanghebbende heeft echter nooit een waarschuwing ontvangen, waardoor het opleggen van een naheffingsaanslag in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Daarom worden de naheffingsaanslag en boete die daarop betrekking hebben vernietigd.
De rechtbank vernietigt de bestreden uitspraken op bezwaar en naheffingsaanslagen, vermindert een boete en gelast vergoeding van het betaalde griffierecht. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt meerdere naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen en matigt een boete tot €50 wegens schending van het gelijkheidsbeginsel en verzachtende omstandigheden.