ECLI:NL:RBBRE:2006:BF0345
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Hund
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toerekening WAO-uitkering en eigenwoningregeling in inkomstenbelasting
Belanghebbende, wonende met zijn echtgenote in een woning op basis van een zakelijk gebruiksrecht, voerde in zijn aangifte inkomstenbelasting 2002 een deel van zijn WAO-uitkering als negatief loon toe aan zijn echtgenote. De Inspecteur wees dit af. Belanghebbende stelde dat hij op basis van de aangifte 2001 en informatie van de belastingtelefoon mocht vertrouwen op deze behandeling.
De rechtbank overwoog dat volgens artikel 2.17 van de Wet IB 2001 inkomensbestanddelen worden toegerekend aan degene die ze geniet, en dat WAO-uitkeringen niet tot de gemeenschappelijke inkomensbestanddelen behoren die kunnen worden toegerekend. Het eerdere standpunt van de Inspecteur in 2001 schept geen rechtszekerheid omdat geen sprake was van een weloverwogen standpuntbepaling.
Verder oordeelde de rechtbank dat het recht van gebruik van de woning niet krachtens erfrecht is verkregen, waardoor de woning niet als eigen woning in box 1 kan worden aangemerkt. Ook klachten over termijnen en slordige behandeling door de Belastingdienst werden verworpen, maar de rechtbank gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 2002 wordt ongegrond verklaard en het betaalde griffierecht wordt vergoed.