ECLI:NL:RBBRE:2006:BG6619
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag BPM wegens gebruik niet-geregistreerde auto op Nederlandse weg
Belanghebbende, woonachtig in Nederland, maakte op 11 februari 2003 en 30 maart 2005 gebruik van de openbare weg met een niet in Nederland geregistreerde personenauto. De Belastingdienst constateerde dit gebruik en legde daarop een naheffingsaanslag BPM op, waarbij het moment van eerste gebruik werd vastgesteld op 11 februari 2003.
Belanghebbende werd geïnformeerd over de relevante bepalingen van de Wet BPM en kreeg de gelegenheid om de auto alsnog te registreren en de BPM te voldoen. Ondanks deze waarschuwing werd geen vrijstelling aangevraagd en bleef de belasting verschuldigd. Belanghebbende voerde aan dat sprake was van een noodsituatie, maar dit verweer werd verworpen omdat de wet geen uitzondering voor noodsituaties kent.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende feitelijk de beschikking had over de auto en dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 24 mei 2006 in het openbaar gedaan door mr. C.A.F.M. Stassen.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de naheffingsaanslag BPM aan belanghebbende wegens het gebruik van een niet in Nederland geregistreerde auto.