ECLI:NL:RBBRE:2006:BG7096
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting voor personenauto
Belanghebbende is sinds 1991 houder van een pick-up die door de inspecteur is aangemerkt als personenauto vanwege de aanwezigheid van vaste zitplaatsen achter de voorbank. De inspecteur legde een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting op omdat het verkeerde tarief was betaald, namelijk het bestelautotarief in plaats van het personenautotarief.
Belanghebbende betwist dat de auto als personenauto moet worden beschouwd. De rechtbank oordeelt echter dat de aanwezigheid van vaste zitplaatsen achter de bestuurders- en bijrijderszitplaats betekent dat het voertuig is ingericht voor personenvervoer en dus onder de definitie van personenauto valt volgens de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.
De uitzondering in artikel 3 van Pro de Wet, die een motorrijtuig met een volledig vlakke laadruimte uitsluit, is niet van toepassing. Ook het gebruik van de auto voor een onderneming of het feit dat belanghebbende gepensioneerd is, verandert hier niets aan. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wordt ongegrond verklaard omdat de auto als personenauto wordt aangemerkt.