ECLI:NL:RBBRE:2006:BG7097
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Hund
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering aanloopverlies in box 1 bij verhuur monumentenpand
Belanghebbende en haar echtgenoot kochten in 2000 een monumentenpand en renoveerden dit. Vanaf 8 december 2001 verhuurden zij een deel van het pand aan een vennootschap waarvan zij beiden aandeelhouder zijn. Het geschil betreft de vraag of het verschil tussen de aankoop- en renovatiekosten en de getaxeerde waarde van het verhuurde deel, vermeerderd met financieringsrente, als aanloopverlies in box 1 kan worden afgetrokken.
De rechtbank overweegt dat de terbeschikkingstelling van het pand pas als werkzaamheid in de zin van de Wet IB 2001 kwalificeert vanaf het moment dat het pand rendabel wordt gemaakt, namelijk vanaf de verhuurdatum. Voor die datum valt het pand in box 3 en kunnen kosten niet worden afgetrokken. Hierdoor kan geen aanloopverlies worden aangenomen voor de periode vóór de verhuur.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslagen inkomstenbelasting 2001 en 2002 wordt ongegrond verklaard wegens niet-toekenning van aanloopverlies in box 1.