ECLI:NL:RBBRE:2006:BI4169
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen naheffingsaanslag omzetbelasting wegens ontbreken ondernemerschap
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting voor de jaren 1999 en 2000 ter waarde van €46.802. De Inspecteur stelde dat belanghebbende geen ondernemer was in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968, omdat hij in die jaren geen omzet had gegenereerd. Dit werd onderbouwd met een rapport van een boekenonderzoek.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat hij in de betreffende jaren enige omzet had behaald of als ondernemer had deelgenomen aan het economische verkeer. De enkele stelling dat hij projectontwikkelaar was en een overzicht van lopende projecten had verstrekt, was onvoldoende om het tegendeel te bewijzen.
Verder stelde belanghebbende dat de Inspecteur had gehandeld in strijd met het verbod op détournement de pouvoir en dat de uitspraak op bezwaar te laat was gedaan, maar deze bezwaren werden verworpen. De rechtbank vond dat de uitspraak op bezwaar voldoende was gemotiveerd en dat de zorgvuldigheid in acht was genomen, ondanks dat belanghebbende niet was gehoord.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht aan belanghebbende en wees een proceskostenveroordeling af. Een verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt ongegrond verklaard en het betaalde griffierecht wordt aan belanghebbende vergoed.