ECLI:NL:RBBRE:2007:AZ6289
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Kooijman
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring klaagschrift inzake inbeslagneming notariële bescheiden
In deze zaak heeft een notaris een klaagschrift ingediend tegen de inbeslagneming van bepaalde bescheiden tijdens een zoeking. De notaris beriep zich op zijn beroepsgeheim en het verschoningsrecht zoals neergelegd in artikel 218 en Pro 98 van het Wetboek van Strafvordering.
De rechtbank oordeelde dat de inbeslaggenomen bankafschriften, die betrekking hadden op rekeningen van cliënten van de notaris in het kader van onroerende zaak transacties, niet vertrouwelijk van aard zijn en derhalve niet onder het beroepsgeheim vallen. De rechtbank vond dat deze gegevens niet aan de notaris waren toevertrouwd in de zin van geheimhouding.
Het belang van de strafvordering woog zwaarder dan het belang van de notaris bij teruggave van de bescheiden. Daarom werd het klaagschrift ongegrond verklaard. De beslissing werd op 5 januari 2007 door rechter Kooijman uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het klaagschrift van de notaris tegen de inbeslagneming van bankafschriften is ongegrond verklaard.