ECLI:NL:RBBRE:2007:AZ7782
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen toekenning WW-uitkering op basis van minimumloon zonder bewijs inkomen
Verzoekster was werkzaam bij Laurens uitzendbureau en werd op staande voet ontslagen tijdens arbeidsongeschiktheid. Zij vroeg een WW-uitkering aan, die verweerder toekende op basis van het minimumloon wegens ontbreken van bewijs over haar daadwerkelijke loon in de referteperiode. Verzoekster leverde diverse documenten aan, maar deze betroffen niet de referteperiode en konden haar hogere loon niet aantonen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoekster feitelijk 'zwart' werkte zonder arbeidsovereenkomst en loonstroken, waardoor geen concreet bewijs van loon kon worden geleverd. De betaling van € 2.700,- als schikking bij de kantonrechter werd niet als bewijs van het gestelde loon erkend. Verweerder mocht daarom het minimumloon als uitgangspunt nemen voor de WW-uitkering.
Het verzoek tot voorlopige voorziening werd afgewezen en het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat het voor risico van verzoekster kwam dat zij geen bewijs kon leveren van haar inkomsten, en dat het besluit van verweerder niet onredelijk was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de toekenning van de WW-uitkering op basis van het minimumloon wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.