ECLI:NL:RBBRE:2007:AZ8523
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WWB-uitkering wegens inkomsten uit persoonsgebonden budget voor zorgpartner
Verzoekers ontvingen sinds 2002 een WWB-uitkering en kregen in 2003 een persoonsgebonden budget (PGB) toegekend. De gemeente beëindigde de uitkering met ingang van 1 november 2006 omdat de inkomsten uit het PGB boven de bijstandsnorm zouden uitkomen.
Verzoekers stelden dat het PGB niet bedoeld is voor levensonderhoud maar voor zorginkoop en dat zij daardoor onterecht hun uitkering verloren. De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoekster als partner feitelijk de zorg verleent en daarvoor aanspraak kan maken op een beloning uit het PGB. Deze beloning wordt in het kader van de bijstand wel als gezinsinkomen beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat de beëindiging van de uitkering per 1 november 2006 terecht was. Wel werd geoordeeld dat de gemeente de uitkering niet met terugwerkende kracht mocht beëindigen, maar pas per datum van het besluit. Een verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het bezwaar en beroep de situatie kunnen herstellen. De uitspraak is definitief en hoger beroep is uitgesloten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en bevestigt de beëindiging van de WWB-uitkering per 1 november 2006.