ECLI:NL:RBBRE:2007:AZ8623
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Janssen
- Breeman
- Schoenmakers
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid na doodslag huisgenoot met hamer
De rechtbank Breda heeft op 15 februari 2007 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die zijn huisgenoot heeft gedood door herhaaldelijk met een hamer op diens hoofd te slaan. Verdachte was ervan overtuigd dat het slachtoffer hem wilde doden vanwege paranoïde wanen.
Deskundigen concludeerden dat verdachte leed aan een paranoïde psychose en daardoor ontoerekeningsvatbaar was. De rechtbank stelde vast dat verdachte het slachtoffer opzettelijk heeft gedood, maar dat er geen sprake was van voorbedachten rade, waardoor moord niet bewezen kon worden.
Gezien de ernstige psychische stoornis en het grote recidivegevaar legde de rechtbank geen straf op maar ontsloeg verdachte van alle rechtsvervolging en gelastte een TBS-maatregel met dwangverpleging. De rechtbank vond een TBS met voorwaarden onvoldoende gezien de hardnekkigheid van de stoornis en het gevaar voor de maatschappij.
De rechtbank benadrukte de ernst van het feit en de impact op de nabestaanden en buurtbewoners. Tevens werd de teruggave van inbeslaggenomen persoonlijke voorwerpen aan verdachte gelast.
De beslissing berustte op de artikelen 37a, 37b en 287 van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Verdachte is ontoerekeningsvatbaar verklaard, ontslagen van alle rechtsvervolging en onder TBS met dwangverpleging geplaatst.