ECLI:NL:RBBRE:2007:AZ8952
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering BPM bij registratie tweedehands personenauto volgens Hoge Raad criteria
Belanghebbende heeft BPM betaald voor de registratie van een tweedehands personenauto, maar betwist de hoogte van de vermindering van de BPM in verband met de leeftijd van de auto. De inspecteur handhaaft het hogere BPM-bedrag. De rechtbank toetst de vaststelling aan de criteria van de Hoge Raad zoals geformuleerd in arresten van 6 december 2002 en 22 september 2006.
De rechtbank stelt vast dat de waarde van de referentie-auto's met vergelijkbare kenmerken op het peilmoment €25.000 bedraagt. De taxatierapporten van belanghebbende zijn minder geschikt omdat ze op de concrete auto zijn toegespitst en niet op referentie-auto's. De inspecteur heeft onvoldoende bewijs geleverd dat een hogere waarde dan €25.000 moet worden gehanteerd.
Op basis hiervan vermindert de rechtbank de BPM tot €7.595. Tevens veroordeelt zij de inspecteur in de proceskosten van €1.618,40 en gelast zij vergoeding van het betaalde griffierecht van €37. De uitspraak is gedaan door mr. C.A.F.M. Stassen op 22 januari 2007.
Uitkomst: De BPM wordt verminderd tot €7.595 wegens onvoldoende bewijs van hogere waarde referentie-auto's.