ECLI:NL:RBBRE:2007:AZ8982
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen compensatie voor Belgische opcentiemen aan in België wonende ondernemer met Nederlandse onderneming
Belanghebbende, een in België wonende Nederlandse ondernemer met een onderneming in Nederland, maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2003 vanwege de heffing van Belgische gemeentelijke opcentiemen over haar inkomen. Deze opcentiemen worden geheven ondanks dat haar inkomen ter belastingheffing aan Nederland is toegewezen volgens het belastingverdrag Nederland-België 2001.
De rechtbank beoordeelde of de Belgische opcentiemen konden worden aangemerkt als te verrekenen loonbelasting op grond van artikel 27 van Pro het belastingverdrag of het belastingverdrag tussen België en Duitsland. De rechtbank concludeerde dat artikel 27 van Pro het verdrag een tijdelijke overgangsregeling is die alleen geldt voor in Nederland wonende grensarbeiders die door de verdragswijziging inkomensachteruitgang lijden. Belanghebbende valt niet onder deze regeling omdat zij in België woont en als ondernemer winst uit een vaste inrichting in Nederland geniet.
De rechtbank oordeelde dat het EG-Verdrag en het gelijkheidsbeginsel geen verplichting tot compensatie opleggen voor niet-ingezeten ondernemers zoals belanghebbende. De ongelijke behandeling is gerechtvaardigd door de bijzondere situatie van grensarbeiders en de redelijke duur van de overgangsregeling. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en er is geen compensatie voor de Belgische opcentiemen.