ECLI:NL:RBBRE:2007:AZ9684
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gezamenlijk ouderlijk gezag en hoofdverblijfplaats minderjarige na mediation
De zaak betreft een verzoek van de vader om gezamenlijk ouderlijk gezag over hun minderjarige kind [DJA] toe te wijzen en de hoofdverblijfplaats bij hem vast te stellen. De moeder voerde verweer en stelde mediation voor, waartoe partijen instemden.
Tijdens mediation bereikten partijen overeenstemming over diverse zorgafspraken, maar niet over de hoofdverblijfplaats. Na mediation verzochten zij de kantonrechter het gezamenlijk gezag in te schrijven en de gemaakte afspraken vast te leggen, evenals de hoofdverblijfplaats te bepalen.
De kantonrechter overweegt dat het belang van de minderjarige het best wordt gediend met de hoofdverblijfplaats bij de vader, conform het advies van de Raad voor de Kinderbescherming en het gemeentelijk inschrijvingsbeleid. De afspraken uit het eindrapport zorgbemiddeling worden in de beschikking opgenomen.
De beschikking wijzigt het gezag in gezamenlijk gezag, bepaalt de hoofdverblijfplaats bij de vader, regelt omgangsafspraken en stelt dat verblijf in het buitenland maximaal zes weken mag zijn zonder schriftelijke toestemming van de andere ouder. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en partijen dragen elk hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Gezag wordt gezamenlijk en hoofdverblijfplaats van de minderjarige wordt bij de vader vastgesteld.