ECLI:NL:RBBRE:2007:BA2071
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.L.L. Poeth
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tot tewerkstelling na kennelijk onredelijke opzegging dienstverband
De werknemer trad in 1990 in dienst als Adviseur Verzekeringen en viel in 2001 wegens keelkanker langdurig uit. Na gedeeltelijke werkhervatting en aangepaste werkzaamheden werd zijn arbeidsovereenkomst opgezegd wegens arbeidsongeschiktheid. Het CWI verleende ontslagvergunning, ondanks verdeeld advies en discussie over re-integratie.
De werknemer stelde zich recentelijk weer volledig arbeidsgeschikt en verzocht om tewerkstelling, hetgeen door de werkgever werd geweigerd. De kantonrechter oordeelde dat er sprake is van een spoedeisend belang en dat het niet onredelijk is om de opzegging voorlopig te betwisten gezien de onduidelijkheid over de arbeidsgeschiktheid.
De rechter besloot een voorlopige voorziening te treffen waarbij de werkgever de werknemer vanaf 2 april 2007 weer moet toelaten tot de laatst verrichte aangepaste werkzaamheden en het corresponderende loon moet betalen, inclusief vakantietoeslag en wettelijke rente. De procedurekosten worden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Werkgever moet werknemer vanaf 2 april 2007 toelaten tot aangepaste werkzaamheden en loon betalen tot beslissing bodemprocedure.