ECLI:NL:RBBRE:2007:BA2396
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen aanslagen inkomstenbelasting en premies 2000-2002 afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid en onvoldoende bewijs
Belanghebbende werd in 2000 en 2001 vertegenwoordigd door Stichting Bevordering Bedrijfsvoering Woonwagenbewoners (SBBW). De aanslagen inkomstenbelasting en premies over 2000 en 2001 zijn op 13 juni 2003 gedagtekend en verzonden aan het adres van SBBW. De rechtbank oordeelt dat SBBW nog steeds als vertegenwoordiger kon worden aangemerkt, waardoor de bezwaartermijnen op de dag na dagtekening aanving. De bezwaarschriften werden ruim na deze termijn ingediend en zijn daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Voor het jaar 2002 werd het aangiftebiljet op het adres van SBBW uitgereikt, wat als het juiste adres wordt beschouwd. Belanghebbende heeft echter niet tijdig de vereiste aangifte ingediend, waardoor de rechtbank het beroep ongegrond verklaart, tenzij onjuistheid van de uitspraak op bezwaar wordt aangetoond. Belanghebbende slaagt er niet in te bewijzen dat de Vinkenslag-regeling op hem van toepassing is, ondanks het overleggen van een niet-ondertekend exemplaar van een overeenkomst en registratie als lid van SBBW.
De rechtbank oordeelt dat de aanslag op een redelijke schatting berust en niet willekeurig is opgelegd. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat belanghebbende niet aannemelijk maakt dat in vergelijkbare gevallen de Vinkenslag-regeling wel werd toegepast. De beroepen tegen de aanslagen 2000, 2001 en 2002 worden derhalve ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premies 2000-2002 worden ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid en onvoldoende bewijs.