ECLI:NL:RBBRE:2007:BA2574
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffing grondwaterbelasting wegens onttrekking zand- en kleiwinningswater, vermindering aanslag en boete
Belanghebbende, een bedrijf dat zand en klei wint in een groeve, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag grondwaterbelasting en een verzuimboete over de jaren 2000 tot en met 2004. De belastingdienst stelde dat de onttrokken hoeveelheid grondwater 14.800 m3 bedroeg, terwijl belanghebbende een meterstand van 12.332 m3 aanvoerde.
De kern van het geschil betrof de vraag of sprake was van infiltratie van water in de bodem in de zin van artikel 6, tweede lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm), waardoor een vermindering van de belasting zou kunnen gelden. De rechtbank oordeelde dat het wegpompen van grondwater enkel gericht was op het droog winnen van zand en klei en dat deze activiteit te indirect was om te kwalificeren als een menselijke kunstmatige infiltratie.
De rechtbank stelde vast dat de meterstand van belanghebbende betrouwbaar was en vermindert de aanslag tot € 4.921. Tevens werd de verzuimboete van 10% van de belasting verminderd tot € 492, omdat niet was gebleken van afwezigheid van alle schuld. Het beroep werd gegrond verklaard en de uitspraken op bezwaar vernietigd.
Uitkomst: De rechtbank vermindert de naheffingsaanslag grondwaterbelasting en de verzuimboete en verklaart het beroep gegrond.