ECLI:NL:RBBRE:2007:BA3965
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- De Bruijn
- Alferink
- Struijs
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens ontbreken van bewijs voor seksuele handelingen met minderjarig slachtoffer
Op 17 juni 2006 verliet een 13-jarig meisje zonder toestemming haar woning en kwam in contact met een groep jongens, variërend in leeftijd van 15 tot 18 jaar. De groep ging mee naar het huis van het meisje waar verregaande seksuele handelingen plaatsvonden door meerdere jongens. Verdachte maakte deel uit van deze groep.
De rechtbank stelde vast dat verdachte geen seksuele handelingen met het meisje had verricht en geen wezenlijke bijdrage had geleverd aan de handelingen van anderen. Er was geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking die tot medeplegen kon leiden. Het enkel niet distantiëren van verdachte werd onvoldoende geacht.
De officier van justitie had aanvankelijk verkrachting ten laste gelegd, maar wijzigde dit naar artikel 245 Sr Pro wegens het ontbreken van dwang. De rechtbank verklaarde verdachte vrij van alle tenlasteleggingen. De vorderingen tot schadevergoeding van het slachtoffer en een andere benadeelde werden niet-ontvankelijk verklaard omdat de verdachte was vrijgesproken en de feiten niet ten laste waren gelegd.
De rechtbank sprak verdachte vrij en bepaalde dat de benadeelden hun vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter konden aanbrengen. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs voor seksuele handelingen of medeplegen met het minderjarige slachtoffer.