ECLI:NL:RBBRE:2007:BA3971
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Alferink
- De Bruijn
- Struijs
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens ontbreken seksuele handelingen en nauwe samenwerking bij ontucht met minderjarige
Op 17 juni 2006 verliet een 13-jarig meisje zonder toestemming haar woning en kwam zij in contact met een groep jongens van 15 tot 18 jaar. Vijf jongens liepen met haar mee naar haar huis, waar later nog drie jongens zich bij de groep voegden. Tijdens het traject en bij het huis vonden diverse seksuele handelingen plaats, waaronder orale en vaginale seks door meerdere jongens met het meisje.
Verdachte was onderdeel van deze groep, maar de rechtbank stelde vast dat hij zelf geen seksuele handelingen met het meisje heeft verricht en ook geen wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de seksuele handelingen door anderen. De rechtbank vond het enkele feit dat verdachte zich niet had gedistantieerd onvoldoende om hem te veroordelen.
De officier van justitie had aanvankelijk verkrachting ten laste gelegd, maar wijzigde dit naar artikel 245 Sr Pro wegens het ontbreken van een geweldscomponent en het feit dat het meisje geen verzet bood. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten wegens gebrek aan bewijs van schuld en nauwe samenwerking.
De vorderingen van het slachtoffer en een andere benadeelde partij tot schadevergoeding werden niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken en de vorderingen niet ter zitting waren besproken.
De rechtbank besloot tot vrijspraak en verklaarde de benadeelden niet-ontvankelijk in hun vorderingen. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs dat hij seksuele handelingen heeft verricht of bewust heeft meegewerkt aan ontucht met minderjarige.