ECLI:NL:RBBRE:2007:BA4830
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling doorbetaling bezoldiging bij tijdelijke ziekte in tweede ziektejaar ambtenaar
Eiser, werkzaam bij de Belastingdienst, werkt in het tweede ziektejaar 20 uur per week vanwege gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Op 12, 13 en 14 april 2006 was eiser wegens een andere ziekte volledig arbeidsongeschikt en verrichtte geen arbeid. Verweerder verlaagde de bezoldiging over deze dagen tot 70%. Eiser betwistte dit en stelde dat bij tijdelijke ziekte door een andere oorzaak volledige loondoorbetaling over de uren van passende arbeid zou moeten gelden.
De rechtbank onderzoekt de tekst en toelichting van artikel 37 van Pro het ARAR, waarin de hoofdregel is dat in het tweede ziektejaar 70% van de bezoldiging wordt doorbetaald bij voortdurende arbeidsongeschiktheid. Uitzonderingen zijn opgenomen voor beroepsincidenten en voor uren waarin passende arbeid wordt verricht. De rechtbank concludeert dat tijdelijke ziekte door een andere oorzaak niet tot een uitzondering leidt en dat de regeling dwingendrechtelijk is.
Hoewel tijdens het SOR-overleg is besproken dat de regeling mogelijk verbetering behoeft, kan de rechtbank niet afwijken van de hoofdregel. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat verweerder terecht de bezoldiging heeft verlaagd tot 70% over de drie dagen ziekte wegens een andere oorzaak dan de oorspronkelijke arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de bezoldiging wordt terecht vastgesteld op 70% over de ziekteperiode.