ECLI:NL:RBBRE:2007:BA4919
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling overdrachtsbelasting voor gehele bebouwbare kavel als bouwterrein
Belanghebbende kocht een perceel grond waarop een deel van het bouwverbod was opgeheven. Voor dat deel was een bouwplan opgesteld met twee stallen en een woning. Ten tijde van levering waren een bouwput, een deel van de erfverharding en de inrit reeds gerealiseerd. De inspecteur wilde alleen de ondergrond van deze voorzieningen als bouwterrein aanmerken voor de overdrachtsbelastingvrijstelling.
De rechtbank oordeelde dat het gehele deel waarop gebouwd mag worden, als bouwterrein moet worden beschouwd. De inrit en erfverharding zijn mede ten dienste van de tweede stal en woning, en daarmee dienstbaar aan het gehele bouwplan. De gedeeltelijke realisatie van erfverharding doet hier niet aan af.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, en verminderde de naheffingsaanslag aanzienlijk. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak benadrukt de ruime interpretatie van bouwterrein in de context van de Wet OB.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vermindert de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting tot € 4.907.