ECLI:NL:RBBRE:2007:BA6395
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling personeelsreis ook van toepassing op directeur-grootaandeelhouders binnen concern
Belanghebbende B.V. organiseerde in 2002 en 2003 personeelsreizen waaraan zowel werknemers als directeur-grootaandeelhouders (dga’s) van het concern deelnamen. De inspecteur legde naheffingsaanslagen loonbelasting op omdat hij meende dat de vrijstelling voor personeelsreizen (artikel 42 Uitvoeringsregeling Pro Loonbelasting 2001) niet op de dga’s van toepassing was.
De rechtbank stelde vast dat het concern als geheel moet worden beschouwd bij de toepassing van de vrijstelling. Aangezien alle betrokkenen werkzaam waren binnen hetzelfde concern en de reizen als personeelsreizen kwalificeerden, was de vrijstelling ook op de dga’s van toepassing. Tevens oordeelde de rechtbank dat de inspecteur een bewust standpunt had ingenomen over de wijze van kostenbepaling van maaltijden en overnachtingen, waardoor belanghebbende op het vertrouwensbeginsel mocht vertrouwen.
De rechtbank vernietigde de uitspraken op bezwaar, verminderde de naheffingsaanslagen voor 2002 en 2003 tot respectievelijk €328 en €249, en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het vonnis benadrukt het belang van een integrale benadering van het concern en het vertrouwen in een consistente toepassing van fiscale faciliteiten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de vrijstelling voor personeelsreizen ook geldt voor de directeur-grootaandeelhouders en vermindert de naheffingsaanslagen loonbelasting voor 2002 en 2003.