ECLI:NL:RBBRE:2007:BA7159
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling personeelsreis ook van toepassing op directeur-grootaandeelhouders binnen concern
Belanghebbende organiseerde personeelsreizen naar IJsland en Egypte waarbij zowel werknemers als directeur-grootaandeelhouders (dga’s) van het concern deelnamen. De inspecteur legde naheffingsaanslagen loonbelasting en premie volksverzekeringen op omdat hij meende dat de vrijstelling voor personeelsreizen niet op de dga’s van toepassing was.
De rechtbank stelde vast dat de reizen als personeelsreizen in de zin van artikel 42 van Pro de Uitvoeringsregeling Loonbelasting 2001 (URLB) moeten worden aangemerkt en dat het concern als geheel moet worden beschouwd bij de toepassing van deze vrijstelling. Aangezien zowel de dga’s als de werknemers bij hetzelfde concern werkzaam zijn, is de vrijstelling ook op de dga’s van toepassing.
Verder oordeelde de rechtbank dat de inspecteur een bewust standpunt had ingenomen door de kosten van maaltijden en overnachtingen voor de werknemers van de BV te accepteren zonder specificatie, en dat belanghebbende daarop mocht vertrouwen. De naheffingsaanslagen werden daarom verminderd tot de door belanghebbende berekende bedragen. Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten en het door belanghebbende betaalde griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: De vrijstelling voor personeelsreizen geldt ook voor directeur-grootaandeelhouders binnen hetzelfde concern, waardoor de naheffingsaanslagen loonbelasting worden verminderd.