ECLI:NL:RBBRE:2007:BA7219
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J.J. Engel
- D. Hund
- C.A.F.M. Stassen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vertrouwensbeginsel bij kwalificatie aandelenbelang als deelneming
X BV verkocht een deelneming en verkreeg aandelen in Y NV, waarbij het belang door een emissie in 1998 verwaterde tot onder 5%. X BV stelde dat sprake was van een oneigenlijke deelneming conform artikel 13, derde lid, Wet VPB en verzocht de inspecteur dit te bevestigen. De inspecteur stelde een kritische notitie op en vroeg om reactie, waarop geen inhoudelijke reactie volgde, waarna het verzoek buiten behandeling werd gesteld.
In de aangifte vennootschapsbelasting 1998 nam X BV expliciet het standpunt in dat het aandelenpakket geen deelneming was, zonder materiële gevolgen voor de winst. De inspecteur stelde de aanslag conform aangifte vast, met voorbehoud over de kwalificatie. In latere jaren daalde de waarde van het aandelenpakket, wat ten laste kwam van het belastbare resultaat. De rechtbank stelde vast dat het aandelenpakket als deelneming moet worden aangemerkt.
Het geschil betrof de vraag of de inspecteur door de conceptnotitie of het vaststellen van de aanslag 1998 bij X BV het vertrouwen had gewekt dat het belang niet als deelneming zou worden aangemerkt. De rechtbank oordeelde dat de inspecteur zich beleidsmatig oriënteerde en zich het standpunt voorbehoudt, waardoor geen schending van het vertrouwensbeginsel is. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van X BV is ongegrond verklaard en het vertrouwensbeginsel is niet aangenomen.