ECLI:NL:RBBRE:2007:BA7305
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen BPM-heffing voor Duitse auto gebruikt door Nederlandse ondernemer voor werkzaamheden in Duitsland en klantenbezoek in Nederland
Belanghebbende, een inwoner van Nederland, gebruikte een Duitse auto die ter beschikking werd gesteld door een in Duitsland gevestigde onderneming voor werkzaamheden in Duitsland en het bezoeken van klanten in Nederland. De inspecteur legde een naheffingsaanslag BPM en een boete op omdat geen BPM was voldaan en geen vrijstelling was aangevraagd.
De rechtbank stelt vast dat de auto niet hoofdzakelijk bestemd is voor duurzaam gebruik in Nederland. Uit jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie volgt dat in dergelijke gevallen BPM-heffing een nadere rechtvaardiging vereist. De rechtbank oordeelt dat de BPM-regeling in dit geval in strijd is met het Europese recht, omdat de band van de auto met Nederland onvoldoende is voor volledige BPM-heffing.
De rechtbank vernietigt daarom de naheffingsaanslag en de boete, veroordeelt de inspecteur in de proceskosten en gelast vergoeding van het griffierecht. De uitspraak bevestigt dat BPM-heffing niet mag leiden tot een beperking van de vrijheid van werknemersverkeer en vestiging binnen de EU.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM en boete worden vernietigd omdat de auto niet hoofdzakelijk bestemd is voor duurzaam gebruik in Nederland.