ECLI:NL:RBBRE:2007:BA7493
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijke opzegging arbeidsovereenkomst bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid
Werknemer was sinds 1972 in dienst als gezinsverzorgende en later Thuishulp A voor 15 uren per week. Na een verkeersongeluk was zij arbeidsongeschikt en werkte zij aangepast 9 uren per week, terwijl zij voor de resterende 6 uren een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontving, die in 2006 werd beëindigd. Werkgever kreeg toestemming van het CWI om de arbeidsovereenkomst op te zeggen en deed dit per 1 maart 2007, met het voornemen een nieuwe overeenkomst aan te bieden voor 9 uren per week.
Werknemer vorderde herstel van de arbeidsovereenkomst of een vergoeding wegens kennelijk onredelijke opzegging. Werkgever stelde dat zij had voldaan aan haar reïntegratieverplichtingen door een omscholingsaanbod voor de resterende uren en dat de gevolgen van het ontslag niet te ernstig waren. De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst volledig was geëindigd en dat de opzegging kennelijk onredelijk was omdat de eigenlijke reden lag in het niet kunnen aanbieden van de volledige 15 uren passende arbeid.
Herstel van de arbeidsovereenkomst werd afgewezen omdat passende arbeid voor 15 uren niet beschikbaar was, maar de vergoeding werd toegekend. De kantonrechter mat de vergoeding op €5.000, rekening houdend met het lange dienstverband, de arbeidsongeschiktheid die niet werkgerelateerd was, en het feit dat werkgever al een nieuw aanbod deed voor 9 uren. Buitengerechtelijke kosten werden afgewezen wegens onvoldoende specificatie. Werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is kennelijk onredelijk opgezegd en werkgever moet werknemer een vergoeding van €5.000 betalen.