ECLI:NL:RBBRE:2007:BA7863
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vakantietoeslag valt niet onder toetsloon voor afdrachtverminderingen lage lonen
Belanghebbende voerde bezwaar aan tegen een naheffingsaanslag loonbelasting en een boetebeschikking opgelegd door de inspecteur voor de periode 2001-2004. Centraal stond de vraag of de tweemaal per jaar uitbetaalde vakantietoeslag moest worden meegerekend bij het toetsloon voor de afdrachtvermindering lage lonen.
De rechtbank stelde vast dat de wetgever in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie volksverzekeringen (Wva) incidentele beloningen zoals vakantiegeld, die in de regel eenmaal per jaar worden toegekend, heeft uitgesloten van het toetsloon. Omdat belanghebbende het vakantiegeld echter tweemaal per jaar uitbetaalde, kon dit niet als incidenteel loon worden aangemerkt en moest het worden meegerekend.
Belanghebbendes beroep op het discriminatieverbod en rechtsongelijkheid werd verworpen omdat de wetgever bewust een eenvoudige regeling koos, waarbij pieken in loonbetalingen buiten beschouwing worden gelaten. De rechtbank oordeelde dat de ongelijke behandeling niet disproportioneel of ongerechtvaardigd was.
De boete werd vernietigd omdat het standpunt van belanghebbende, hoewel onjuist, pleitbaar was en er geen sprake was van grove schuld. De rechtbank veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De boetebeschikking wordt vernietigd wegens een pleitbaar standpunt, maar de naheffingsaanslag blijft in stand.