ECLI:NL:RBBRE:2007:BA7875
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Brouwer
- C.A.F.M. Stassen
- A.A. den Hartog
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting wegens waardevermindering zelfbewoning achterhuis
Belanghebbende exploiteerde een varkensfokkerij en tuinbouwbedrijf, waarbij per 31 december 2001 de varkensfokkerij werd gestaakt en bepaalde onroerende zaken werden overgebracht naar het privévermogen. De kern van het geschil betrof de vraag of en in welke mate een waardevermindering wegens zelfbewoning toegepast kon worden op het achterhuis en de aanhorigheden bij het woonhuis.
De rechtbank stelde vast dat het achterhuis bouwkundig een geheel vormt met het woonhuis en via een tussendeur direct verbonden is, waardoor het niet volledig door derden in gebruik kan worden genomen. De overige opstallen en grond konden wel direct door derden worden gebruikt en kwamen daarom niet voor waardevermindering in aanmerking.
De rechtbank volgde het Besluit van de staatssecretaris van Financiën van 16 mei 2001 en paste een afwaardering van 35% toe op het achterhuis en de bijbehorende grond. De inspecteur had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat een lager percentage van 15% passend was. Hierdoor werd de aanslag inkomstenbelasting en premie ziekenfondswet verminderd en werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting en premie ziekenfondswet worden verminderd met toepassing van een waardevermindering van 35% op het achterhuis en bijbehorende grond.