ECLI:NL:RBBRE:2007:BA7917
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten UWV inzake WAO-uitkering wegens onjuiste toepassing arbeidsongeschiktheidsbegrip en trage besluitvorming
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een WAO-uitkering met terugwerkende kracht per 1 oktober 1986. Verweerder, het UWV, heeft de aanvraag afgewezen op basis van het actuele arbeidsongeschiktheidsbegrip en het Schattingsbesluit, terwijl het arbeidsongeschiktheidsbegrip van de peildatum had moeten worden toegepast. De rechtbank constateert dat de besluitvorming door verweerder onnodig traag is verlopen en dat meerdere besluiten zijn genomen die de procedure onnodig hebben verlengd.
De rechtbank oordeelt dat de peildatum 1 oktober 1986 correct is vastgesteld, omdat eiseres vanaf die datum onafgebroken arbeidsongeschikt was gedurende de wachttijd van 52 weken. De beoordeling van de arbeidsongeschiktheid had echter moeten plaatsvinden aan de hand van het destijds geldende criterium, wat niet is gebeurd. Hierdoor kunnen de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit niet in stand blijven en dienen de besluiten van 4 april 2005, 15 september 2005 en 12 oktober 2006 te worden vernietigd.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot het betalen van een immateriële schadevergoeding van € 1.000,- wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bestuurlijke fase. Ook worden proceskosten en griffierechten aan eiseres vergoed. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met toepassing van het juiste arbeidsongeschiktheidscriterium en rekening houdend met de inhoud van deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten van het UWV en beveelt een nieuwe beoordeling met toepassing van het juiste arbeidsongeschiktheidsbegrip en kent een immateriële schadevergoeding toe wegens trage besluitvorming.