ECLI:NL:RBBRE:2007:BA8236
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Sutorius-Van Hees
- Janssen
- Dijkstra
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid bij invoer van cocaïne in Nederland
Op 16 januari 2007 arriveerde verdachte vanuit Barcelona in Nederland. Op 19 januari werd een pakketje met babykleren vanuit Uruguay naar Nederland verzonden, geadresseerd aan verdachte, met zijn mobiele telefoonnummer vermeld op de Airwaybill. Bij controle op 22 januari ontdekte de douane circa 1 kilo cocaïne in het pakketje.
Verdachte haalde het pakket op 31 januari op en werd gearresteerd. Hij verklaarde niet te weten dat het pakket cocaïne bevatte en dat hij het op verzoek van een kennis in Uruguay had opgehaald om het naar een onbekende vrouw te brengen. De officier van justitie legde hem medeplegen van invoer van cocaïne ten laste.
De rechtbank oordeelde dat niet kon worden vastgesteld dat verdachte betrokken was bij het verstoppen en verzenden van de cocaïne. Ook kon niet worden bewezen dat verdachte wist van de inhoud. De handelingen die wel aan verdachte konden worden toegerekend, zoals het afhalen van het pakket en het beschikbaar stellen van zijn telefoonnummer, stonden niet op de tenlastelegging. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven. De rechtbank liet de overige verweren van de verdediging onbesproken vanwege de volledige vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij invoer en bezit van circa 1 kilo cocaïne.