ECLI:NL:RBBRE:2007:BA8364
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over AOW- en lijfrente-uitkeringen bij keuze binnenlandse belastingplicht
Belanghebbende, inwoner van België, koos op grond van artikel 2.5 van de Wet IB 2001 voor behandeling als binnenlandse belastingplichtige voor het jaar 2004. De kern van het geschil betrof de vraag of Nederland belasting mag heffen over de AOW- en lijfrente-uitkeringen die belanghebbende ontving, welke volgens het belastingverdrag met België aan België zijn toegewezen.
De inspecteur berekende de belastingheffing conform de binnenlandse belastingplicht, waarbij de AOW- en lijfrente-uitkeringen in het belastbaar inkomen werden opgenomen en een vermindering ter voorkoming van dubbele belasting werd toegepast volgens het Uitvoeringsbesluit IB 2001. De rechtbank oordeelde dat deze berekening juist was en in overeenstemming met het Besluit.
De rechtbank stelde daarnaast vast dat belanghebbende zich niet volledig bewust was van de financiële consequenties van zijn keuze voor binnenlandse belastingplicht, aangezien hij zichzelf hierdoor benadeelde. De belastingdruk was hoger dan bij niet-opteren. De rechtbank wees erop dat belanghebbende zijn keuze nog kon herzien zolang de aanslag niet definitief was.
Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter A.F.M.Q. Beukers-van Dooren op 29 mei 2007.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen is ongegrond verklaard.