ECLI:NL:RBBRE:2007:BA8549
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling achterstallige huur en beëindiging huurovereenkomst praktijkruimte met bovenwoning
De zaak betreft een huurovereenkomst tussen verhuurder en huurder van een praktijkruimte met bovenwoning, waarbij sprake was van verbouwingen die in strijd waren met de verleende bouwvergunning. Huurder stopte met het betalen van huur en vertrok uit het gehuurde. Verhuurder vorderde betaling van de achterstallige huur en ontbinding van de huurovereenkomst.
De huurder stelde dat zij in haar huurgenot werd beperkt door onduidelijkheid over de juridische status van het gehuurde en door gemeentelijke mededelingen dat zij haar onderneming niet mocht uitoefenen. De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden niet leidden tot een feitelijke beperking van het huurgenot. Ook het ontbreken van een officiële nummering en adresvoering was onvoldoende om de huurverplichtingen op te schorten.
De huurovereenkomst was met wederzijdse toestemming per 1 mei 2007 beëindigd. De rechtbank wees de vordering van verhuurder tot betaling van €4.800,- achterstallige huurpenningen toe, inclusief rente en incassokosten, en wees de tegenvordering van huurder af. Beide partijen werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige huur en incassokosten, tegenvordering wordt afgewezen.