ECLI:NL:RBBRE:2007:BA8581

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
7 juni 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
434780 mb 07-75
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Wahv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens incompleet dossier en administratieve fouten in verkeersboete

Betrokkene kwam tijdig in beroep tegen een beslissing van de officier van justitie inzake een verkeersvoorschrift. Tijdens de zitting op 7 juni 2007 werd vastgesteld dat het dossier incompleet was, met name ontbrak de beslissing van de officier van justitie. Dit leidde tot de conclusie dat betrokkene niet het slachtoffer mocht zijn van deze administratieve tekortkoming.

De vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie voerde aan dat betrokkene de overtreding had begaan, mede omdat hij ter zitting erkende dat zijn auto op de foto van de overtreding stond. De kantonrechter volgde dit standpunt niet vanwege de onprofessionele wijze waarop het dossier was samengesteld en de administratieve fouten.

De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de beslissing van de officier van justitie en bepaalde dat het door betrokkene gestelde bedrag aan zekerheid moest worden gerestitueerd. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk volgens de Wahv.

Uitkomst: Het beroep van betrokkene is gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie vernietigd met restitutie van het gestelde bedrag.

Uitspraak

Rechtbank Breda
Sector kanton Bergen op Zoom
PROCES-VERBAAL TERECHTZITTING, TEVENS
HOUDEND AANTEKENING MONDELINGE UITSPRAAK
Kantonnummer: 434780 MB VERZ 07-75
CJIB-nummer : 95947254
Uitspraak van de kantonrechter mr. W.E.M. Verjans van 7 juni 2007 op het beroepschrift ex artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) van:
naam : [betrokkene]
geboren : [datum]
adres : [adres]
plaats : [plaatsnaam]
procederend in persoon.
Het beroep is behandeld ter openbare terechtzitting van donderdag 7 juni 2007, waarbij het Openbaar Ministerie (OM) werd vertegenwoordigd door mr. B.H.E. Kilian. Betrokkene is samen met zijn echtgenote ter zitting verschenen. Van het verhandelde ter zitting is door de griffier aantekening gehouden.
SANCTIEGEGEVENS
Betrokkene is de sanctie opgelegd ter zake de gedraging als vermeld en nader omschreven in het zaakoverzicht van 28 september 2006, dat deel uitmaakt van het dossier, dat door betrokkene kon worden ingezien.
BEOORDELING
Betrokkene is tijdig in beroep gekomen tegen de beslissing van de officier van justitie, zodat hij daarin kan worden ontvangen.
De inhoud van de processtukken, bezien in samenhang met hetgeen ter zitting door partijen naar voren is gebracht, leidt tot het volgende oordeel.
In het door het CVOM overgelegde dossier ontbreekt de beslissing van de officier van justitie. Derhalve sprake van een incompleet dossier, van welke omissie betrokkene geen slachtoffer mag worden. De vertegenwoordigster van het OM heeft ter zitting, met wijziging van het pleegtijdstip, geconcludeerd tot ongegrond verklaring van het beroep. Volgens haar heeft betrokkene de hem verweten gedraging begaan. Hij heeft ter zitting immers erkend dat op de foto van de gedraging zijn auto staat afgebeeld. De kantonrechter zal het voorstel de vertegenwoordigster van het OM niet volgen. Naar het oordeel van de kantonrechter is in het dossier van betrokkene sprake van een reeks van (administratieve) fouten, hetgeen op hem zeer onprofessioneel overkomt. Nu, zoals hiervoor reeds is overwogen, het dossier ook incompleet is, zal de kantonrechter het beroep van betrokkene gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie vernietigen.
BESLISSING
Verklaart het beroep van betrokkene gegrond.
Vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 21 september 2006.
Bepaalt dat aan betrokkene het bedrag dat hij aan zekerheid heeft gesteld, wordt gerestitueerd.
De kantonrechter,
Verzonden op:
Ingevolge de bepalingen van de Wahv is het instellen van hoger beroep tegen deze beslissing niet mogelijk.