ECLI:NL:RBBRE:2007:BB0458
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijk beroep gegrond verklaard tegen vergrijpboete bij navorderingsaanslag inkomstenbelasting
Belanghebbende en haar echtgenoot drijven een vof die montagewerkzaamheden verricht. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op met een vergrijpboete omdat belanghebbende volgens hem hoofdzakelijk ondersteunende werkzaamheden verrichtte en sprake was van een ongebruikelijk samenwerkingsverband.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur weliswaar over een nieuw feit beschikt dat navordering rechtvaardigt, maar dat de toepassing van het urencriterium door belanghebbende terecht is geweigerd vanwege het ongebruikelijke samenwerkingsverband en het feit dat haar werkzaamheden hoofdzakelijk ondersteunend waren.
De rechtbank vernietigt de boetebeschikking omdat geen sprake is van grove nalatigheid, slechts van onachtzaamheid. Het beroep wordt gegrond verklaard voor zover het de boete betreft en ongegrond voor het overige. Tevens wordt de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De vergrijpboete van 25% bij de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2001 wordt vernietigd wegens gebrek aan grove nalatigheid.