ECLI:NL:RBBRE:2007:BB0461
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingvrije vergoeding voor door werknemers ondertekende declaraties gezinsbezoek
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vraag centraal of door werknemers ingediende en ondertekende declaraties voor kilometervergoedingen in verband met gezinsbezoek als voldoende bewijs konden dienen voor belastingvrije vergoedingen volgens artikel 15 van Pro de Wet op de loonbelasting 1964.
De rechtbank overwoog dat in beginsel een door de werknemer ondertekende declaratie volstaat, waarbij de werkgever geacht wordt voldoende controle uit te oefenen op de juistheid ervan. De inspecteur stelde dat het reispatroon van enkele buitenlandse werknemers afweek van een gemiddeld reispatroon, maar kon dit niet onderbouwen met toetsbare gegevens. Dit argument werd door de rechtbank van onvoldoende gewicht geacht.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraken op bezwaar, en matigde de naheffingsaanslag en boete. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van objectief toetsbare twijfel om de declaraties niet als bewijs te accepteren.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vermindert de naheffingsaanslag en boete, en veroordeelt de inspecteur in proceskosten.