ECLI:NL:RBBRE:2007:BB1125
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Hund
- Rechtspraak.nl
Recht op vergoeding werkelijke kosten bezwaar- en beroepsprocedure belastingaanslagen
Belanghebbende en zijn echtgenote kregen navorderingsaanslagen en boetes opgelegd voor de jaren 2002 en 2003, waarbij een bedrag van € 25.000 aan resultaat uit overige werkzaamheden werd toegevoegd. Na bezwaar werden de aanslagen verminderd en boetes vernietigd. Belanghebbende vorderde vergoeding van de werkelijke kosten van de bezwaar- en beroepsprocedures.
De inspecteur stelde dat de aanslagen terecht waren opgelegd en dat er onvoldoende bewijs was om de omkering van de bewijslast toe te passen. De rechtbank oordeelde dat niet aannemelijk was dat de aanslagen stand zouden houden op het moment van oplegging en dat de inspecteur onzorgvuldig had gehandeld door direct invorderbaar te verklaren en beslag te leggen.
Gezien bijzondere omstandigheden kende de rechtbank vergoeding toe van de werkelijke kosten, waarbij een deel van de kosten niet in aanmerking kwam wegens ongespecificeerde uren. De rechtbank veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van € 16.425,11 en het griffierecht. Het beroep werd gegrond verklaard.
Uitkomst: Belanghebbende krijgt vergoeding van € 16.425,11 voor werkelijke kosten van bezwaar- en beroepsprocedures wegens bijzondere omstandigheden.