ECLI:NL:RBBRE:2007:BB1245
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. Brouwer
- A.A. den Hartog
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- Rechtspraak.nl
Bepaling gebruikelijk loon directeur-grootaandeelhouder op basis van managementfee
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de hoogte van het gebruikelijk loon van een directeur-grootaandeelhouder (DGA) centraal voor het jaar 2001. Belanghebbende, DGA van een vennootschap ([BV1]), voerde aan dat het in de aangifte opgenomen loon van €40.840 te laag was en dat het gebruikelijk loon volgens de wettelijke norm €38.118 zou moeten zijn. Hij stelde dat het loon van de hoogste werknemer binnen het concern lager was en dat een hoger loon voor een verlieslijdende vennootschap niet waarschijnlijk was.
De inspecteur stelde dat het gebruikelijk loon moest worden vastgesteld op basis van de managementfee van €245.041 die [BV1] van [BV2] ontving, aangezien deze fee volledig betrekking had op de werkzaamheden van belanghebbende voor [BV2]. De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Hoge Raad uit 2004, waarin werd bepaald dat het gebruikelijk loon kan worden berekend op basis van de opbrengsten van de vennootschap verminderd met kosten.
De rechtbank verwierp het verweer van belanghebbende dat het loon van een werknemer van een ander concern als vergelijkingsmaatstaf kon dienen. Ook werd het argument dat de vennootschap verlieslijdend zou zijn en daarom geen hoger loon rechtvaardigt, niet gevolgd omdat niet was gebleken dat de vennootschap structureel verlies maakte.
Op grond van deze overwegingen stelde de rechtbank het belastbaar loon vast op €150.000 conform de berekening van de inspecteur en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende is ongegrond verklaard en het gebruikelijk loon vastgesteld op €150.000.