ECLI:NL:RBBRE:2007:BB2195
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Brouwer
- A.A. den Hartog
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling omzetbelasting voor assurantietussenpersoon ondanks gebruik term management fee
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vraag centraal of de door de directeur-grootaandeelhouder verrichte werkzaamheden als managementwerkzaamheden konden worden aangemerkt, of dat sprake was van diensten als assurantietussenpersoon die vrijgesteld zijn van omzetbelasting.
De directeur-grootaandeelhouder verrichtte werkzaamheden voor een assurantietussenpersoon (BV1), waarbij hij verzekeringspolissen voor uitvaartverzekeringen afsloot. De vergoeding bestond uit provisies die deels direct aan hem werden uitbetaald en deels via belanghebbende liepen. Belanghebbende was niet ingeschreven als belastingplichtige en had geen omzetbelasting aangegeven.
De inspecteur stelde dat de vergoeding een managementvergoeding betrof en heffingsaanslagen omzetbelasting oplegde. De rechtbank oordeelde echter dat het enkele gebruik van de term “management fee” niet rechtvaardigt dat de werkzaamheden als managementwerkzaamheden worden beschouwd. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting bleek dat de directeur-grootaandeelhouder de bevoegdheid had om de verzekeraar te binden en essentiële aspecten van verzekeringsbemiddeling verrichtte.
De rechtbank stelde vast dat de diensten onder de vrijstelling van omzetbelasting vallen zoals bedoeld in artikel 13, B, sub a, van de Zesde richtlijn. De aanslag werd vernietigd en de inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt vernietigd omdat de diensten van de directeur-grootaandeelhouder als assurantietussenpersoon vrijgesteld zijn van omzetbelasting.