ECLI:NL:RBBRE:2007:BB2268
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening herleving indicatiebesluit zorg na onrechtmatige vervallenverklaring
Verzoeker, lijdend aan ernstige gezondheidsproblemen en volledig zorgafhankelijk, was geïndiceerd voor langdurige zorg tot 27 maart 2009. Na een aanvraag voor een tijdelijke indicatie voor verblijf tijdens woningaanpassing verklaarde het CIZ het eerdere indicatiebesluit van 2 april 2004 vervallen. Verzoeker maakte bezwaar en stelde dat het eerdere besluit onterecht werd ingetrokken.
De rechtbank oordeelde dat het rechtszekerheidsbeginsel zich verzet tegen het vervallen verklaren van een geldig indicatiebesluit enkel vanwege een aanvraag voor tijdelijk verblijf. Het indicatiebesluit van 22 augustus 2006 mocht slechts betrekking hebben op tijdelijke zorg gerelateerd aan de verbouwing, niet op het geheel intrekken van de langdurige indicatie.
De rechtbank vernietigde het besluit op bezwaar van 6 oktober 2006 en stelde dat het CIZ onrechtmatig had gehandeld door geen advies aan het College Zorgverzekeringen te vragen. De voorzieningenrechter stelde een voorlopige voorziening in waarbij het besluit van 2 april 2004 werd herleefd met ingang van 22 augustus 2006, en schorste het besluit van 22 augustus 2006.
Verzoeker kreeg proceskostenvergoeding en het betaalde griffierecht werd vergoed. De uitspraak is in het openbaar gedaan en staat niet open voor hoger beroep.
Uitkomst: Het eerdere indicatiebesluit van 2 april 2004 wordt herleefd met terugwerkende kracht vanaf 22 augustus 2006 en het besluit van 22 augustus 2006 wordt geschorst.