ECLI:NL:RBBRE:2007:BB4175
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kooijman
- Veldhuizen
- Breeman
- Rechtspraak.nl
Schatting en vaststelling van wederrechtelijk verkregen voordeel bij exploitatie van synthetisch drugslaboratorium
De rechtbank Breda behandelde een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e Wetboek van Strafrecht, voortvloeiend uit een veroordeling wegens betrokkenheid bij een synthetisch drugslaboratorium.
Het dossier bood geen concrete aanknopingspunten over de exacte verdiensten van veroordeelde. De rechtbank oordeelde dat bij exploitatie van een dergelijk laboratorium hiërarchische verhoudingen gelden, waarbij coördinatoren en exploitanten het grootste deel van de winst toeeigenen en werkvloerpersoneel doorgaans een vaste, maar hogere beloning ontvangt dan bij legale werkzaamheden. Veroordeelde had onvoldoende aannemelijk gemaakt wat hij verdiende, waardoor de rechtbank zijn verdiensten schatte op €20.000 per maand voor een periode van 1,5 maand.
De verdediging voerde aan dat veroordeelde niet draagkrachtig was om het bedrag terug te betalen, maar de rechtbank verwierp dit verweer omdat geen aannemelijk bewijs werd geleverd dat veroordeelde ook in de toekomst geen draagkracht zou hebben.
De rechtbank stelde het terug te betalen bedrag vast op €30.000,- en wees de vordering voor het overige af. De ontvankelijkheid van de officier van justitie werd bevestigd ondanks een formele fout in de vordering, aangezien deze gebaseerd was op een geldige veroordeling van het hof.
De beslissing werd uitgesproken door mr. Kooijman, voorzitter, en mrs. Veldhuizen en Breeman, rechters, op 26 september 2007.
Uitkomst: De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €30.000,- en veroordeelt veroordeelde tot betaling hiervan aan de Staat.